zaterdag 5 maart 2011

The Outback


Wegens tijdsgebrek sta ik voor de keuze om verder langst de tropische oostkust noordwaarts te trekken, of om “the red centre” te bezoeken. Vele van de backpackers die ik tussen Sydney en Brisbane ben tegengekomen, volgen optie 1. Ze kozen voor de tropische stranden, palmbomen, feestoorden, en dronken luidkeelse kerels die achter de rokskes aan zitten.
Het is een vaste stroming die, afhankelijk van het seizoen, van zuid naar noord oprukt, en heel de oostkust aan hun modieuze drankspelletjes onderwerpt. Aaah, to be 21 again. Zolang ze mij 23 blijven schatten ist allemaal goed ;-)
De andere backpackers, die hier, net zoals ik, zijn om het land te bezoeken hebben me verzekerd dat Nieuw Zeeland in alle opzichten rustiger is. Ik begin echt nen oude pee te worden.

De reden dat ik voor de outback kies is, omdat dit in mijn mening iets meer typerend Australië is. Ik wil de zinderende hitte op mijn huid voelen wanneer mijn afgeleefde schoenen hun afdruk in het rode zand achterlaten.

En zinderende hitte voel ik.

Zodra ik over de tarmac van Alice Springs Airport wandel, kletst de tussen de 30 en 36°c in de schaduw, me meteen in mijn gezicht.
De kleine luchthaven is al een chance uitgerust met airco. Hoe dat ding zijn warmte nog kwijt kan blijft me een raadsel.

14,5 dollar later (afzetters) sta ik aan de backpackers. De totale reis van Brisbane tot De YHA heeft me een lange halve dag gekost. Ik ben kapot en wil alleen nog maar slapen, al steekt de hitte fictieve lucifers tussen mijn oogleden.
Wachten tot het nacht wordt Wop. De boel wat laten afkoelen, en dan ronken zenne.

Ten minste voor een paar uur.
De dag erna sta ik om 6u ‘s ochtends al paraat om opgepikt te worden door een witte reus van een 4x4 met kaki aanhangwagen. Ik grabbel alles wat me werd gevraagd om mee te nemen tussen mijn armen, en stap naar de ronkende wagen.

What to bring:
-       slaapzak
-       stapschoenen (hehe, ni voor mij dus)
-       zwembroek en handdoek
-       zonnecrème
-       kodak (en flitser en statief en extra batterijen en extra geheugenkaarten en andere lens en zelfontspanner…)
-       hoofddeksel
Mjah… ik neem voor de zekerheid ook nog wa extra ondergoed en mijnen tandenborstel mee zenne. Mijn één tshirt en short zullen wel ok zijn zeker? :-) Zolang dak maar genoeg foto’s kan trekken zit ik safe.

Wanneer ik Paul, onze gids voor komende week, de hand schud heb ik best een goed gevoel bij wat de trip me gaat bijbrengen. De 33 jarige man ziet er ervaren,  bekwaam, en enthousiast uit. Bovendien bezit hij een aura die er op wijst dat hij de Outback uit zijn duimpje kent. Misschien is het gewoon zijn baard, da kan ook.

Wanneer ik in de jeep stap en de achterbank groet, maakt dat goede gevoel snel plaats voor een dosis argwaan.
Achteraan de 4x4 zit een Duitse familie, bestaande uit mama Marjon (denk ik), papa Valco, beiden in de 40, en dochterlief Vivian van 23 lentes jong, die me vriendelijk terug begroeten.
Hmmm.
We worden ook nog vervoegd door een Nederlands paar, Paul en Merthe, dewelke ik achteraan in de 30 schat. Ze zijn beiden, zoals het goede Hollanders betaamt, groot van gestalte, en joviaal. Merthe was ook een beetje groot in de omtrek.
Hmmm.

This is the 5 day wild adventure outback tour right?

Jammer voor die 5 mensen, maar ik ga liggen stinken in deze kleren voor de komende hete dagen. Ik ben ni voor niks jaren leider geweest bij de KSA.

Day 1: Uluru

Het 4x4-en slaagt op de wagen en niet op de wegen. Alles wordt gereden op mooie geasfalteerde banen. Het zijn snelwegen tussen natuurfenomenen die zoveel toeristen moeten slikken dat de overheid heeft besloten ze hier ook op voor te bereiden.
Liever geplaveide voetpaden en veel waarschuwingsborden, dan dat de massa, waar ik helaas deel van uitmaak, de natuur argeloos onder hun voeten vertrappelt wanneer ze met verbazing de hoogte in staren, of door uitdroging instorten.
En toch gebeurt dit nog elk jaar, weet Paul.

Met kleine oogjes kijk ik door het raam van de jeep, en zie hoe de Outback aan ons voorbij rolt. Het liefst van al wil ik hier “Stooooop” roepen, uitstappen, en me in één vlotte beweging, al foto trekkend, ergens tussen de boskes op de grond gooien.
klikklikklikklikklik
Kwestie van de juiste hoek mee te hebben.
Elke boompje, elk struikske, elke vierkante meter lijkt hier fotogeniek. Om dat allemaal dan nog netjes op de sensor te krijgen is een andere zaak.

Onze eerste stop is Mt Ebenezer Roadhouse, een boer, in the middle of nowhere die kamelen kweekt en er mee gaat racen. Veel andere dingen zijn hier niet te doen me dunkt. Ik heb hier wel wa foto’s genomen, maar ik ben slechts van eentje een beetje content.
Kent ge die desolate plekken, ver van alles en met speciaal volk, die ze af en toe in ne film tonen? Wel, dit is zo een plek.


Foto van aan een tankstation. Tis ni den onze:



Daarna volgt mount conner of Artila. Hij draagt de nickname fooluru, omdat vele toeristen hem foutief als Uluru aanzien. Al chance dat onze gids ons op tijd had ingelicht, want ik had er ook mee weggeweest denk ik. Het is hier dat ik voor de eerste maal mijn voeten in het oker-rode zand heb mogen nestelen. Leuk kleurtje.



zoutmeer:


De hoofdattractie van de dag was uiteraard Uluru. De rode monoliet die op elke Aussie reisgids staat te pronken mocht niet in ons To Do lijstje ontbreken.
We vullen onze magen, en flikkeren onze swags het resort in (ja, resort :-( ), om vervolgens over de macadam richting Ayers Rock, of Uluru, te razen.

De 4x4 zet zich tussen de vele bussen, de motor wordt stilgelegd, we stappen uit, en slenteren naar de massieve voet van Uluru.
Mja. Groot he, perfect de grootte die ik me had voorgesteld.
En schoon, héél schoon! Pakken schoner dan eenders welke foto die ik van dit ding al heb gezien. Dat heeft moeder natuur weer mooi klaargespeeld. Keep it up mom.







Gedurende drie uur drinkt ieders van ons ongeveer drie liter lauwwarm water om uitdroging te voorkomen. De zon, stralend door het gat in de ozonlaag, geeft serieus van kanten. Hoe warm wast nu weer in België?
Mijn mede reizigers hebben het iets moeilijker.
De Duitsers doen dit tripje voor hun dochter, die voor even met hen meereist. Daarbuiten gaat de voorkeur van het echtpaar uit naar hotels en roomservice. Het wandelen gaat hen prima af, maar de voorzieningen doen nogal wat vraagtekens oprijzen, vooral bij mevrouw. Mijnheer ziet alles eigenlijk goed zitten.
Bij Nederland volgt de testosteron, gehuld onder de schaduw van een dameshoed, zeer vlotjes. Het oestrogeen daarentegen sputtert wat tegen.

Oh man.

Hoe meer ik met de gids optrek, hoe meer ik merk dat ook hij zich best ergert aan al deze typische fenomenen. Poor fella, en dan te denken dat hij zo al talloze groepen heeft moeten torsen.

Na het prachtige Uluru keren we terug naar het resort, eten spaghetti bolognese met kangoeroevlees (met veel verbazende blikken van de Duitse dame), rollen onze swags uit (Swag = matras in bivibag) en maken ons klaar voor de nacht.
Oh ja, tussen die twee verplichtingen doet er zich ook nog een zonsondergang voor. We stappen een klein heuveltje op en krijgen zo een zicht over de ganse omgeving.





Met een nog half geopende mond van verbazing stap ik na een uurtje staren terug de heuvel af om mijn slaapzak op te zoeken. Eerst ontsteek ik nog mijn trouwe ledlamp die me vergezelde tijdens het drainen, en ga mijn tanden poetsen.
De tandpasta loopt uit mijn mond wanneer ik al tandenpoetsend naar de duizenden sterren aan de hemel gaap. Ik doe mijn ledlamp uit om mijn nachtzicht te verbeteren.
“Het is hier echt het ene jaw dropping moment na het andere” denk ik hoofdschudden.
Met propere tanden kruip ik uiteindelijk onder de veren en dommel weg.

Day 2: Kata Tjuta

Om 5u staat Paul klaar om ons uit onze swags te sjotten. Are you kidding me? Terwijl de prut uit mijn ogen in mijn cornflakes valt, en ik nietsvermoedend verder knabbel, maken de muggen plaats voor de vliegen. Dat heeft moeder natuur toch ni zo goe in elkaar geflanst, maar goe, ik pak het er met gemak bij.
Zeker in acht genomen dat ik zo meteen de zonsopgang mag gaan aanschouwen vanop diezelfde heuvel.


Met ditmaal de ogen wagenwijd open, en met de zonsopgang in het achterhoofd, stap ik weer richting 4x4 en vertrekken we naar Kata Tjuta.

Een dramatisch verschil met Uluru. De ene gigantische hoop steen van gisteren maakt plaats voor meerdere, kleinere, maar niet minder gigantische blokken steen met totaal andere structuur en opbouw.
Het wisselende landschap maakt het geheel nog vele mooier dan wat ik gisteren al prachtig achtte.
De wandeling van vandaag duurt 3,5 uur, gaat meer omhoog en omlaag, en zal wederom in volle zon plaatsvinden. Hihi.

Ik met mijn gladde zolen blijk nog het best omhoog te gaan, losse stenen of niet. Challenge accepted!


Deze plek is voor de Aboriginals trouwens nog heiliger dan Uluru. Ik heb me er even aangezet om heel hun geschiedenis, en connectie met deze locaties uit te typen, maar dat zijn nog eens zoveel uren extra werk waar ik eigenlijk niet echt zin in heb. Sorry aan mijn 19 volgers, maar dan zullen jullie effe moeten googelen.



Kata Tjuta heeft zoveel onderwerpen om te fotograferen dat ik het op den duur moeilijk vind om af te drukken. Nu ben ik het die de groep zit op te houden. Sorrryyyh…


Ook hier heb ik mijn eerste wilde kangoeroe gezien. Er zijn foto’s van, maar die zijn voor thuis. :)

De namiddag wordt al slapend in de auto doorgebracht. De V6 broemt hypnotiserend verder terwijl ik mij oncomfortabel in de passagiersstoel probeer te nestelen.
Na een paar uur dubbel gevouwen nek, krampen in de benen, en wazig hoofd komen we aan op onze volgende kampeerplek. Ditmaal geen resorts meer, thank god!

Zowel de douche als de plee zijn kotjes gefabriceerd uit golfplaat, en bieden beiden zicht op de outback. Hier gaan ik straks is ne goeie worst draaien sé! Misschien ook int toilet, da moeten we nog zien., maar die kikker op den bril zal het dan wel eerst moeten aftrappen.

Paul, die zich steeds opnieuw als uitstekende chef kok ontpopt, bakt een vers brood in een “camp oven”. Deze ovens zijn niets meer dan zware gietijzeren potten, voorzien om roodgloeiende kolen op het deksel te dragen. Zalig concept, en ni slecht voor op kamp denk ik zo.


Na een goeie douche, het binnensmonds lachen omdat de Duitse dame ni naar wc durfde gaan (en ook niet is gegaan), en het poetsen van de tanden was het weeral tijd voor het nachtelijk spektakel.

De tweede nacht:

Wanneer de krekels het overnemen van het internationaal gebrabbel, de sterrenhemel verschijnt na het doven van de pillampen, en ik me met weid open gesperde ogen verlies in de ruimte, neemt een gevoel van machteloosheid de overhand.
Van outback tot Melkweg.
Ik kan zoveel schoonheid niet aan. 
 
(Ben ni echt content van de foto :-) te lange sluitertijd, te veel ruis) 


 
Ik heb het gevoel dat ik me met gespreide armen op mijn knieën in het rode zand laat vallen, puur uit nederigheid voor de Natuur.
Ik besef dat, hoe graag wij mensen ook alles onder controle willen hebben, we eigenlijk maar belachelijk weinig onder controle hebben. Het is zo groots allemaal. Zover buiten ons bereik.

Starend naar de eindeloze leegte, weet ik dat elke ster die ik zie, van onze eigen Melkweg is.
Ik weet dat er miljarden sterren in onze Melkweg zijn, dat er miljarden sterrenstelsels buiten de onze bestaan, en dat het heelal 13,7 miljard jaar oud is. 
Ik denk na over het zwarte gat in het midden van onze melkweg. Ik reis naar de event horizon en vraag me af wat er zou gebeuren indien we door dit zwarte gat heengaan. Singulariteit? Ander universum? Kan ons lichaam zoiets overleven?


Ons lichaam..
Ik weet dat onze cellen zijn opgebouwd uit ontelbare atomen, die op hun beurt weer bestaan uit protonen, neutronen, en elektronen; waarvan de protonen en neutronen (atoomkern) dan weer uit quarks bestaan.
Miljarden en miljarden deeltjes creëren mijn lichaam, waarvan gelijkaardige deeltjes zijn terug te vinden in planten, dieren, en zelfs op andere planeten. We zijn één.

Ik vraag me af of ze het missende higgs-boson deeltje, het deeltje dat voorwerpen massa geeft, snel zullen waarnemen in de Large Hadron Collider te CERN. Het huidige standaardmodel wijst op zulks een deeltje. 
De theorie is dat dit deeltje uit een soort veld bestaat waardoor atomen zich door bewegen en massa krijgen. Telkens wanneer je je hand van positie A naar positie B beweegt ga je door dit veld, en krijgt uw hand, gedurende deze baan van A naar B, massa, op elk punt tussen A en B. Een beetje te vergelijken met zwemmen, maar dan dat het water volledig door je heen vloeit.

Ik denk na over de tien dimensies die alles omvatten en alle mogelijkheden die denkbaar zijn inhouden.

En wanneer ik verder verdwaal in (nogal zware) gedachten, beginnen mijn oogleden al even zwaar aan te voelen, sluiten zich, val ik in slaap met het gezang van de krekels op de achtergrond, en fonkelen verre sterren rustig verder, terwijl ze boven me voorbijglijden.

Bronnen:

Filmpje “power of ten” over de grootte van ons heelal, met Morgan Freeman: http://www.youtube.com/watch?v=aPm3QVKlBJg&feature=related

Filmpje over de LHC:

Filmke dat, zo duidelijk mogelijk :-) , onze tien dimensies tracht uit te leggen: http://www.youtube.com/watch?v=JkxieS-6WuA

Day 3: Kings Canyon

Na het gepeins van gisterenavond worden we weer om stipt hetzelfde uur wakker gemaakt door Paul.
ik antwoord met: “Nog 5 minuuteeuuhh..”

Wederom meurig en nog half slapend sta ik op, doe ik mijn half stikkende short aan, en steek ik mijn babyblauwe tandenborstel tussen mijn kiezen. Na het inpakken neem ik mijn toestel al klaar, en krijg al snel weer bewondering voor het natuurlijk theater dat zich voor me ontplooit.


Well sunshine, nice to see you again.

We schranzen ons ontbijt naar binnen, rommelen op, starten de jeep, en vertrekken richting kings canyon.

Paul maakt ons duidelijk dat de eerste klim niet meteen te vergelijken valt met het betreden van de zolder. De trappen zijn ongelijk, en we moeten een redelijke hoogte overbruggen.
Trappen?
Uhu.. Ze hebben dus trappen in het natuurlijk gesteende uitgehouwen zodat enkel de extreem luie toeristen de keuze maken beneden te blijven.

Goed, we maken de klim. Redelijk hoog ja, en redelijk warm, maar niks vergeleken met een Eifel toren of een vrijpartij met die van ons.

De canyon is vet! Moeilijk om te trekken wegens de hoge contrasten, en vaak ligt het onderwerp van keuze in lastig licht wegens de nogal hoge zon. Hier mijn twee foto’s waar ik een beetje content van ben. :-( de derde is puur om jullie een beeld te geven van hoe het spel eruit ziet.




Na een dik anderhalf uur wandelen komen we aan in The Garden of Eden. Het is een kleine plas, ergens in de gorge waar zwemmen wordt toegestaan. Ik had het nog maar voor de helft gehoord of ik lag al in het water. Zalig!!! UP YOURS CENTREPARCS!

Opgeladen en gewassen gaat de toeristische kolonne verder naar de volgende slaapplaats. Ditmaal verblijven we op een range van een Aboriginal familie die al jaren volledig zelfstandig leeft.
Eigen groenten, eigen vlees, eigen olijfolie, eigen water (vers uit de grond, ongefilterd, en waanzinnig lekker), en eigen energie. Enkel voor internet en tv moeten ze in hun buidel tasten.

De baan er naartoe is, zoals gehoopt, een afslag, weg van geasfalteerde stroken rijweg. Eindelijk!
Het verschil is immens. Meteen koeien op de baan, kleurrijke vogels in de lucht, en een smile op mijn gezicht. De foto waar ik het meest content van ben heb ik vanuit de rijdende jeep getrokken.


We komen aan op de range tegen het vallen van de avond.
Het ritueel van het vuur maken, eten, tandenpoetsen, swag-uitrollen, en gapen naar ondergaande zon en opkomende sterren, wordt weer in gang gezet.
Ik klets tevergeefs wat muggen weg, draai me om in mijn nest, en ben benieuwd naar morgen. De familie gaat ons hun eigendom tonen, en hun manier van leven wat verduidelijken.

Day 4: Oak Valley Range

Het terrein van de Aboriginal familie bedraagt 120 vierkante km (!!!). Ze bezitten een heuvel vol fossielen, oude Aboriginal boemerangs, muurschilderingen, en talloze ander schatten waaronder nog een python van een meter of 3 ergens in een grot.
Sweet.
De range wordt geleid door Robbie, en zijn zoon Aron. Beiden erg vriendelijk, relax, donker van huid, en moeilijk te verstaan.



Ik vraag Aron, die ons rondleid op hun terrein, hoe hun dag er eigenlijk uitziet. “Well, there is no real scedule.”, zegt hij, “You just get up and do what you want to do. Sure we need to work hard, but we always enjoy doing it.” Klinkt ni slecht. “Soon we have to harvest the olives” gaat Aron verder. “We make our own olive oil, which we use for the oncomming year.” Ik vind het knap dat ge zo kunt leven, maar voor mij is dit net iets té afgezonderd van de rest van de wereld.

Nu is het tijd om effe iemand jaloers te maken.

Ze hebben ook hun eigen paarden, racepaarden. Momenteel is er eentje in zuid Australië aant racen en hij heeft al een eerste en tweede plaats verovert. Ja sjoe, das iets voor u é. :-)



Een lange, slapeloze, middagrit later komen we aan in Ellery Creek Bighole. Het wordt een rustig namiddagje plonsen. Het zwemmeke was heerlijk, foto's zijn er, maar ze zijn ni echt naar mijn zin.
Ze zijn nogal talrijk behrijp je :-), en na twee dagen, non stop, keuren, editen, en typen had ik graag ook nog een beetje gelezen, of terug foto’s gaan trekken. De overige foto's zijn dus voor de mensen thuis. Sorry 19 lezers.

Na een pint vlak bij Glenn Helen Gorge, neemt de vier wiel aangedreven Toyota ons mee naar dé campingplek bij uitstek: Finke River.

Finke river is de oudste rivier ter wereld. Je zou het ze niet aangeven, but my god the beauty!
We rijden een parelwit strandje op, dat het zand mengt met gladde geërodeerde stenen, en naadloos overloopt in de prachtige rivier.
De oever aan de overzijde bestaat uit gezond, groen, hoog gras en weelderig struikgewas dat zich laat meevoeren met de aanwakkerende wind.  Op de achtergrond tekenen zich de rode rotsen van de Glenn Helen Gorge af.
Fuck me!
De grote boom met witte stam waar we de 4x4 onder parkeren maakt het plaatje helemaal compleet.
Jammer van het weer.
Ja 19 lieve lezertjes, het begon te druppelen, en uiteindelijk zelfs te regenen. Ik kreeg het koud en aangezien ik niets anders bijhad dan mijn zwembroek besloot ik deze maar aan te schieten en te gaan zwemmen.

Best choice ever.

Dit was, hands down, het beste zwemmeke ooit! Het kan me ni schelen da ge 8 gouden medailles hebt, en de 100 meter onder twee seconden zwemt, this beats it all!  

Heerlijk warm water dat de koelte uit mijn lichaam verjaagt. Speelse druppels op het gladde wateroppervlak. Tropische vogels die nieuwsgierig voorbij zweven. Een spectaculair zicht, 360° rondomrond.
I pretty much died and went to heaven.

Na het avondeten wordt ons al snel duidelijk dat we een zeiltje moeten optrekken om de resterende regen te weren.
Helaas. Ik sluit amper een oog, word kletsnat, en wens elke half uur dat de zon weer gauw zijn gezicht laat zien.
Tevergeefs.
Kloteweer.
Ik ervaar helemaal het tegenovergestelde van wat ik in de Finke door mijn lijf voelde pompen. Miserabel, doorweekt, moe, en half ziek voel ik me.
Na een paar uur vloeken vallen mijn ogen, samen met het verschijnen van de sterren, eindelijk toe.

Drie uur later ontwaak ik met dit:


En alle regen is meteen vergeten.

Day 5: Ormiston gorge & Serpentine gorge

De anderen hebben allemaal heerlijk geslapen. Kurkdroge swags bevestigen hun uitgerust, opgewekt humeur.
Lucky bastards.
Al chance da kik nooit een ochtendhumeur heb, of ze hadden het geweten.

Vandaag doen we onze laatste stukken outback aan. Ook hier weer het zelfde verhaal. Wel wa fotos, maar veel te weinig tijd, en aangezien de zon wegbleef ben ik ook niet content van de fotos.
Ik val in herhaling wanneer ik zeg dat ook dit weer een geil stukje landschap was.

Australië is een land van extremen.
Wanneer het warm is, is het pokke heet,
wanneer iets groot is, is het gigantisch,
en wanneer iets mooi is, is het adembenemend.

Tot slot nog algemene foto’s van little critters en leuke bloemmekes.
Biodiversiteit:











5 opmerkingen:

  1. het ziet er prachtig uit! ben jaloers dat ik de brumbees niet heb gezien ja, maar waar ik nu zit is het toch ook gene kattepis hoor :-p
    als er nog wat centjes over zijn als je terug komt mag je wel een quartertje kopen voor mij ;-)
    love you, text me sometime...

    xxxxxxxxx

    ps: stop dissing fat people, its getting annoying!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. 1) Het is allemaal maar wa groffe humor met een deel waarheid. Sarcasme.

    2)Hon, ik lach ook met mezelf he. De nogal grote neus? Kalende kruin? I'm a retard!
    Het gaat me vooral over het hele toerisme plaatje. De meeste toeristen zijn nu eenmaal ni aan de smalle kant. Ze boeken maar op, en wanneer de wandeling te zwaar blijkt te zijn, klagen ze.
    Jah, dan vraag je om door het slijk gehaald te worden.
    Weten ze dan niet dat het hier meer dan 40°c is in de zon? Zoeken ze eerst niet even op wat de hele toer inhoud? Er liggen hier voetpaden en trappen in wild natuurgebied! En nog klagen... Mja dan klaag ik terug. :-)

    Ik wil doodgraag nog sms'en, maar da macheert allemaal nimeer. :-(

    xxxxxxx

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Pff ik denk dat ik ook in herhaling val maar shit jong zo'n zalige foto's! Die vanuit de rijdende auto, die van de sterren...
    En vooral zalig dat ge iedereen zit op te houden door uw foto's en dan effe aan het groepje vraagt om samen te gaan staan... voor ne foto van de schoenen! Hahaha
    En ja een wijze vriendin van ons zei laatst dat absolute vrijheid niet kan bestaan, dat de ene zijn vrijheid altijd iemand anders zijn vrijheid zal inperken, dus ja dat toerisme, hopelijk gaan ze daar ook niet te ver met allerlei vastgestelde en opgelegde regeltjes.
    Soit, we lezen met plezier voort hier!

    BeantwoordenVerwijderen