zondag 6 februari 2011

Sydney


Wat een stad. Uitgelaten en druk, modieus en schraal, mooi en lelijk. Ze staat hoog aangeschreven in elke reisgids, en terecht, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik op dag 1 al wel andere plaatjes heb gezien. Ach, zo is het overal wel iets hé. Ons Antwerpen moet daar niet voor onder doen.

Maar laat me beginnen bij het begin: Sydney central backpackers. Slechts een schim van wat me online werd beloofd. Kamers zijn vuil, lelijk, en klein. Ze kunnen vier reizigers te slapen leggen. Waar de bagage dan nog heen moet blijft me een raadsel. Chance dak er voorlopig alleen lig (hout vasthouden).  Over “the staff” doe ik mijn mond nog niet open.

De backpackers is gelegen in de wijk Kings Cross. Nu ik hier twee nachten heb doorgebracht kan ik me er al wat beter in vinden, maar laat me het zo zeggen: zoekt ge nen dildo, buttplug of stripact, en wilt ge ondertussen ne kebab nuttigen? In deze wijk zit ge goed. Ze wordt in de lonely planet omschreven als “sleazy”, wat na twee jaar werken naast Dave eigenlijk wel een belletje had moeten doen rinkelen. Het is kleurrijk, daar valt niet over te twisten, en de backpackers, ach, tis ni dak er alle dagen binnen gaan zitten hé. 



Tandpasta en tandenborstel steken in den beker aan de pombak, beddeke “opgedekt”, lange broek en trui in den hoek geflikkerd, inkopen voor de komende dagen koel weggestoken, kodak gereed, babyvelleke ingesmeerd. Yes, klaar om is te gaan zien. Doel: de haven, uiteraard.
Mijn voeten brachten me van kronkelende wandelwegen aan het water tot het tropische park.  De Auzies moeten me ongetwijfeld raar hebben nagekeken toen ze mij vol verbazing bladjes zagen oprapen en planten zagen bewonderen. De fauna en flora zijn hier zo anders dan bij ons. Mja, call me a retard maar ik vond da dus geweldig hé. En dit is dan een park in een grootstad, wa gaat de rest van da land ni geven.








Het operahuis heb ik enkel vluchtig langs buiten bekeken. Ik wil er overmorgen (maandag) meer tijd in steken en ook meteen de Sydney Harbour Bridge aan mijn wil onderwerpen. Neerbuigen gij slet van 1149m lengte!





Eerst wat relax verderslenteren, en me vergapen aan wat deze stad me te bieden heeft. The rocks bijvoorbeeld. Een warme wijk met kleine straatjes en geweldige architectuur. Enorm gezellig, en achter elke hoek wel iets nieuws. De perzik van het marktkraam was een feesje in men mond.
Ik verken nog een paar straten tussen de hoogbouw, maar dan steekt de jetlag toch weer de kop op. Terug naar de sleazy wijk om te niksen.

Ne spaghetti met verse groenten later zit ik op de trein richting bondi beach, het strand voor people watching en surfing. Ik stap van de trein in bondi junction en verkies een wandeling boven de bus. Dit geeft me meer tijd om wa foto’s te knallen, ik ben toch niet gehaast. All is good.
Door mijn trage pas zie ik een heel ander Sydney, zoals bijvoorbeeld een Aboriginal die eenzaam en dronken in een vuile turquoise sofa onder een brug voor zich uit zat te staren. Ik had er graag een foto van getrokken maar zoiets krijg ik moeilijk over mijn hart.








Het strand is uitgestrekt en zwoel met nog ruim voldoende plaats om mijzelf horizontaal neer te plaveien. 36°c (hittegolf), boekske, surfers op de achtergrond, nee ik heb ni te klagen. :-)



Buiten misschien het openbaar vervoer. Ik had geire de bus terug genomen in plaats van nog eens de 25 minuten durende wandeling te doen. Ik kwam aan bij het buskotje en las dat een prepaid ticket verplicht was. Goed, ik kom mijn verplichtingen na, betaal 2 dollar, en nestel me zo tussen de andere wachtenden.
Een uur en tien bussen later gaf ik alleman daar een dikke vinger en vertrok richting bondi junction, wederom te voet. Wanneer de bussen hier vol zitten, stoppen ze ook gewoon niet meer. Zo leert ge weer wa bij. Het kon me niet echt schelen.
Om 19u liep ik al terug tussen mijn vertrouwde stripclubs en kebab zaken. Wa eten, een douchke, en slapen. Klaar voor dag 3.

Da was een dagske relaxen. Het plan was Manly beach eens te gaan keuren, maar door de hitte dacht half Sydney er hetzelfde over. Ik heb het zo gelaten en gewoon verder de stad in getrokken om foto's te trekken voor een project. Het operahuis moest er nu ook aan geloven. 
Ik vond het een moeilijk gebouw om te fotograferen. Ik heb geprobeerd om de schaal van het ding te behouden, maar toch detailfoto's te trekken. Wilt ge het spel in zijn geheel? --> google, ze zwieren er mee naar uwe kop.




Ik heb ook geleerd dat het bezichtigen van het gebouw op reservatie is, omdat het zo waanzinnig populair is. Vaarwel spontaniteit, hallo massatoerisme. 
Dan maar nog wat lectuur opdoen onder een boom in het park, and we'll call it a day.

Ik moest Sydney ook bezoeken op zo een manier waar geen enkele reisgids de ballen voor heeft: UNDERGROUND. Daarom heb ik vandaag afgesproken met mensen van the cave clan.

De cave clan is een hechte community, verspreid over Australië, die onder de steden gaan om de beklemmende vochtige tunnels van het afwateringssysteem te verkennen.
Ik ontmoet Scarecrow en Ghost, zoals ze heten in de clan, onder het grote Coca Cola billbord op Kingscross. 
Scarcrow is ongeveer mijn lengte, donker van haar, smal gezicht en heeft zeer doordringende bruingroene ogen. Zijn houding is van meet af aan ontspannen. Ghost is een roske, iets kleiner, ook mager van bouw en meer een "fuck the system" man. My kind of people.
We stappen in de zwarte jeep van Scarecrow en rijden naar onze eerste drain die de naam Eternity met zich meedraagt die duidt op zijn eindeloosheid.


We leggen twee zware in beton ingebedde inox roosters open zodat we kunnen afdalen naar de onderwereld van suburb Sydney.
Eternity. Shit man.
Ik zet mijn eerste passen in het kielzog van Scarcrow en merk al snel dat de vloer verdomd glad kan zijn. Bijna mijne smoel tegen den beton geplaatst. Goede eerste indruk Wouter. Hoge streetcred Wouter.
Het regenwater dat hier doorkomt creëert een eigen biotoop met kikkers, alen, spinnen, vleermuizen, hagedissen (eentje van een halve meter lang gezien), kakkerlakken, en gecko's. Geen één van allemaal zijn gevaarlijk volgens mijn gidsen. 
De lucht is dikker vochtiger en iets koeler dan buiten, wat ik helemaal niet erg vind. Op top floor level is het immers nog steeds bakken en braden.
We plonsen verder voor een klein uur voor we uiteindelijk aan het eind komen van eternity. We hebben een 2 tal kilometer afgelegd en een stel obstakels overwonnen voor dat Scarecrow me verteld dat hij me er nog een paar wil laten zien. Sweet.

 
We bezoeken nog Hercules Pillars,




en zeus.



Om daarna de verlaten tramtunnels onder de stad in te gaan. Deze laatste wordt nu bewoond door een gigantisch ventilatiesysteem dat een ondergrondse parking van verse lucht moet voorzien. Wanneer je voor het eerst de tunnel instapt voel je een licht briesje en is het net of er een trein in de verte aan komt ringelen. Zo klonk het toch. 
We ontsteken onze pillampen en gaan tegen de windrichting in, ons doel tegemoet.
Ik blijf volgen.
De tunnel is stikdonker, enkel onze drie lichtbronnen dwarrelen over de losse stenen op de grond en verzekeren ons een goede doorgang. 
Het geraas wordt luider tot op het punt dat praten geen zin meer heeft. Onze stemmen zouden worden weggevoerd nog voor ze het oor van de ander bereiken.
Met elke meter voorwaarts snijdt de wind strakker langs onze lichamen heen. Ik hou men lippen op mekaar en begin te kijken of ik de zon probeer te weren.
Scarecrow marcheert kordaat door. 
Zwanze die manne? 
Stap na stap gaat de adrenaline harder pompen.
Een gigantische, pekzwarte tunnel, met twee wildvreemden, een stel lichtjes en een ongure machine als doel. Ik vertrouw mijn gids.
Hij leidt ons uiteindelijk tot pal voor de pseudo-trein. Het voelt aan als het einde van de wereld: donker, vuil, veel laweit, en geen enkele hete griet in de omgeving te bespeuren.
Nu door die deur daar, wijst scarecrow..
What?
Ik bekijk het deurtje, rechts van het metalen monster. Moeten we daar door? Maar hij is al vertrokken.
Ik klamp me vast aan wat ik maar kan vastgrijpen.
Fuuuuck
Alles laait brullend om me heen. Haren door mekaar, gel of ni. 
Ik zie met mijn ogen op kieren, en in de bleek-blauwe vlek van mijn ledlamp hoe scarcrow zijn kleren wild om zijn lijf wapperen terwijl hij zich een weg verder door het systeem baant. 
Wat een plek! 
Fucking awsome.


Over een pizza verteld scarecrow me dat hij in het operahuis werkt. Hij wil me graag een exclusieve toer geven, gratis. 
Massatoerisme, kust mijn kloten. Vrienden maken. Thats the way to go.



3 opmerkingen:

  1. Amai Wouter, goe bezig. 2 dagen ginder en al keigrave toeren aant doen! Enjoy!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. thnx bro. :-)

    Iets anders, hoeveel dagen hadden wij gepland in christchurch? Want laat ons toch 4 dagen rekenen voor u om uwen jetlag weg te werken zenne. Its a bitch.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. 3 dagen Christchurch...
    kaniwachte kaniwachte KANIWACHTE!!! :D
    see you pretty soon!

    BeantwoordenVerwijderen