dinsdag 22 februari 2011

Brisbane


Op het eerste zicht een zielloze stad. Ik vind ze nogal lelijk en wanneer ik door de straten wandel zijn er maar weinig dingen die me lijken te boeien. Shoppen en zakendoen. Thats about it.

Gelukkig heeft de Clan ook hier zijn vertegenwoordigers rondlopen. Meekrat stuurt me in een sms, en ik citeer: “I can sneak you along to something dope for work.”
Ik bevestig dat ik afkom.
Ik ontmoet hem op de hoek van Adelaide en Creek street, in het hartje van de stad. Hij ziet er uit als een ruige houthakker: korte baardgroei, struise lichaamsbouw, een donkerblauw hemd en short van het werk, zware werkschoenen met stalen tip, en een rode tas vol gereedschap over zijn schouder.
Jup, je zou hem zo whisky drinkend, aan een bar ergens in een uithoek van de states kunnen kunnen plaatsen. Zelfs zijn stem klinkt zwaar.
Wanneer we beginnen wandelen vertelt Meekrat me dat zijn broodwinst het onderhouden van kleine service-kranen bovenop gebouwen inhoudt.
De volgende kraan op zijn lijstje is eentje van de jaren zestig op een niet zo’n al te hoog gebouw vlak in de buurt.




We slaan af, stappen het gebouw binnen, passeren de lobby, nemen de lift naar het hoogste verdiep, en zoeken onze weg naar de traphal om de laatste meters te overbruggen.
Wederom gieren de zenuwen door mijn lijf. Mag ik hier wel zijn? Ik heb geen schrik dat het gevaarlijk is, want ik vertrouw Meekrat en mezelf wel, maar ik sta nogal argwanend tegenover de beveiliging. Als ze mij hier zouden pakken, en de politie er bij halen, bestaat de kans dat ik het land word uitgezet. That would kinda suck. Maar meekrat snoert mijn gedachten de mond wanneer hij met zijn loper de stalen deur naar het dak opent.
“Welcome to my office”, zegt hij.



Hmm, ni slecht!
Een paar uur geleden half slapend aangekomen in de stad en nu een zicht dat me de prut uit mijn ogen doet wrijven. Goodmorning Wouter.
Het landschap dat voor me ligt noem ik niet meteen prachtig, maar lelijk is het nu ook weer niet.

Goed, deze stad heeft duidelijk meer in petto dan ik eerst had gedacht. Shaam op mij om ze meteen de grond in te boren!

Meekrat en ik spreken na onze babbel op het dak, verder af om diezelfde avond een drain te gaan verkennen. De clan is hier duidelijk veel actiever dan in Sydney.
Oh Brisbane, laat me zien wat anderen schuwen. Toon me uw grijnzende betonnen kant. Maak me wegwijs in uw straten en onthul uw schoonheid!

Pipefox, een gezette, goedlachse kerel met kort paars haar, en bolle wangen, komt samen met Meekrat me ophalen aan mijn hostel. Ze vertellen me met hun Aussie accent dat ze elke vrijdag avond aan schattenjacht doen.
“Euh, ah bon, ok.”
Ergens in een achterwijk van The Sunshine City houden we halt bij een Wibra uitziende elektronica winkel. We stappen uit de Holden (bij ons Opel), en wandelen naar de parking, waar een paar blauwe containers staan opgesteld, klaar om geleegd te worden. Door ons :-D
Deze metalen dozen zouden dus schatten bevatten? Allright, I’m up for it.
Het lijkt me allemaal toch wat raar. In afvalcontainers liggen rommelen naar weetikveelwat? Hebben ze echt niets beters te doen? Crazy Aussies. I feel like a bum.
Tot dat ik de eerste doos mét inhoud tussen het karton en piepschuim zag bovenkomen. Plots begonnen me er wel wat dingen duidelijk te worden.
Deze winkel gooit dus elektronica weg die nog in perfecte staat is, buiten het gerammel als je er mee schud, of die kras op de body.
We vonden TV antennes, kerstverlichting, een DVD speler (ook nieuw in de doos), en catch of the day: toycars!

Left to right: bongarse, pipefox, me, meekrat. Foto van Pipefox:

Dumpsterdiving, noemen ze het.

De beste schat die Meekrat ooit had gevonden was een generator.
Een kleine reparatie, en het ding was 2800 dollar waard volgens hem. Ma, Pa, I think I found myself a new job. :-)

De auto’s op afstandsbediening namen de avond over. We stoeften over onze bakken alsof we over de lengte van onze penissen bezig waren. De mijne is rapper! Euh..
Bongarse, what’s in a name, een 3e clanmember, iets ouder en wijzer, maar nog steeds up for anything, vervoegde ons in ons vijfjarig gedrag, en begon mee, zijn op gelijkstroom aangedreven autootje te pimpen.
Dit is de Belgische bak.

Na het aanschaffen van kersverse batterijen werden onze bolides op de parking voor de winkel aan de vuurdoop onderworpen.  Allemaal werkten ze! Degoutant da ze da gewoon wegflikkeren.

Filmke volgt :-)

Uiteindelijk besluiten we om verder te racen in de drain, maar daar aangekomen vallen we bijna van onze sus door de stank. De storm Yasi heeft veel afval in het afwatersysteem gebracht, en we zijn dus verplicht om het parcours naar een nabijgelegen, vlak stukje voetpad te verplaatsen. Jammer, geen drain deze avond, wel hopen gratis plezier plus een paar leuke long exposures. Ik lag er om half 3 in. :-s




De auto gaat richting België. No way dat ik dat ding geen leven gun. Mathis, de noenkel heeft hiermee wereldrecords verpulverd aan den andere kant van de planeet!

Wat kleine oogskes, verse inkopen, en duur internetten later krijg ik weer bericht dat er voor vanavond zotte dingen op de planning staan. Ik hou mijn hart al vast.
Een paar uur later ontmoet ik nog meer clanmembers van wie ik de namen allemaal al ben vergeten, en trekken we naar de stad waar de nacht wederom is gevallen.

De drain die we gaan verkennen noemt WAA.
De procedure voor entry begint standaard te worden: effe op uitkijk staan, deksel eraf flikkeren, afdalen, deksel terug in zijn zitting trekken, pintje opendoen, en boerke laten.
Ahhhh, heerlijk.
Deze drain, die uitkomt bij de rivier, begint in een ronde bakstenen vorm, gaat over naar ronde betonnen kokers, om uiteindelijk over te gaan naar grote grijze rechthoekige tunnels die smaller worden, en tot onder het voetpad leiden.
De rivier snijdt de bakstenen tunnel in twee wat de uitgang op een halve maan doet gelijken met een oranje gloed die over het water kabbelt. Je ziet het tij zeer traag opkomen.
We maken rechtsomkeer en gaan terug naar de rechthoekige delen van WAA.

 
Twee van de zes man besluiten om nog een extra kamertje te verkennen. Meekrat, Bongarse, Sunny Bill, en mezelf gaan verder tot onder de stoep, vlak bij ons exit point, en wachten daar op de twee missende members.
Lampen doven! Stil zijn! Beveelt Meekrat.
De tunnel is nu een halve meter breed, anderhalve meter hoog, en wordt zichtbaar gemaakt door de verlichting die van de straat de goot binnenvalt. Het buitenlicht creëert rechthoekige, oranje vormen op het beton achter ons. Een passerende wagen brengt met zijn koplampen extra dynamiek in de lichtinval.
We zitten naast elkaar met onze ruggen tegen de muur, en zien schuin boven ons, door de openingen in de goot bedoeld om regenwater op te vangen, wat er op de straat gaande is.
Zo zien we de banden van de auto’s die er geparkeerd staan, horen we de mensen langs de straten nietsvermoedend sjawelen, en hebben we een idee van het verkeer dat voorbij vlamt.
De twee afwezige leden vervoegen ons.
Op een gegeven ogenblik komt er een scooter aangereden die zich vlak voor onze goot parkeert. De schelle motor wordt afgelegd.
De voorband van de rode tweewieler staat binnen handbereik, we ruiken de typische tweetaktgeur de drain binnen waaien, en we horen een paar mensen op de brommer druk heen en weer praten. Wanneer ze afstappen verschijnt een stel donkerharige, gebruinde, chubby enkels voor één van de rechthoekige openingen. Verleidelijk om ze niet vast te grijpen.
Aan de andere kant van de scooter zien we een dame met strenge blik tegen de chubby enkels terugpraten.
“I love being in places like these” fluistert één van de mannen.
Ik begrijp perfect waarom.
Wanneer ik links en rechts van me naar de members kijk, zitten ze allemaal met een oranje gloed in hun gezicht naar de ontplooiing van de scene, met de scooter op straat, te kijken.
Brisbane, je hebt mooie plekken, al zijn ze wel moeilijk te vinden.

Meekrat stelt voor om onze exit te maken. Er staat veel volk op de straat maar fuck it. Hij zet zich schrap onder het deksel en duwt de massa, tegen de zwaartekracht in, uit onze weg. De chubby enkels en strenge blik verschieten nogal en starten meteen hun rode scooter. Brêêêêêt. Weg brommer. Tot zover hun verhaal.
De 15 tal mensen die we hoorden praten legden we door onze exit het zwijgen op. Verbazing werd hen meester.
Laatste er uit, alles keurig afsluiten, en wegwandelen.
Wanneer we een terras passeren vraagt één van de kerels of we nu net uit de riool kwamen. “No.” Was het geldige antwoord, en we liepen verder.

Er werd snel afscheid genomen waarna de clan zich in twee groepen deelde.
Wij namen een omweg naar de auto, en begonnen rustig te praten over wat we nog konden doen. Meekrat kende nog een kerkje met een stelling naast. Sure, lets climb it!

De kerk op zich stelt niet veel voor: rode bakstenen, niet al te groot, en als locatie ergens een buitenwijk van Brisbane. Meh.
Al is die buitenwijk wel een heuvel die uitkijkt over de stad. Hmmm, das al beter. En de kerk staat naast het huis van meneer pastoor. Shit.
Al een geluk dat de stelling voorzien is van een trap, dus we kunnen nogal makkelijk naar boven.
De stelling wordt wel opgelicht door een felle spot. Shit.
Na wat getreuzel besluiten we er voor te gaan. We kruipen onder de houten prefab platen die ons buiten moeten houden, zoeken de metalen trap op, en beginnen onze bestijging.
Met muizenpassen, stap voor stap, snel maar bedachtzaam, laten we de begane grond onder ons verdwijnen. Hup, weer adrenaline da lijf door.
De bestijging duurde eeuwig, zo leek het. Focking licht!
Maar eenmaal boven…
Wel..

Holy shit!

Brisbane, you are beautiful! Sorry voor mijn oppervlakkig gedrag voorheen.
Foto’s! Ik moet foto’s hebben!
Ik open de rugzak en begin alles op te zetten. De drie andere leden gaan nog wat hoger, richting klokkentorentje.
“Woedah!” (zo noemen ze mij hier) “GET DOWN! Security!”
Ik hurk neer en zoek de schaduw op. 
Uit mijn ooghoek zie ik mijn Canon blinken in het bleke maanlicht. Hij rust statig op zijn drie poten, en staart naar de nachtelijke hemel die boven ons voorbij trekt. Voor het eerst bezie ik hem niet als een ding, maar als een verlenging van mijn oog. Hij is objectief, ik maak hem subjectief. Ik ben blij dat ik hem bij heb. Ik wil hem niet kwijt.
Kak é, moet ik die dan ni wegpakken? Die gaan ze zien. Fuck fuck fuck. Ik kies ervoor om me stil te houden.
Zijn dat de metalen trappen?
Komt er iemand naar boven?
Ja, er komt iemand naar boven!
Tenminste, dat zou ik hebben gezworen.
Er kwam niemand.
Meekrat geeft me groen licht om verder te doen. Wop, tzat allemaal tussen de oren jongen!
Goe, mijn eerste nachtfoto’s op een rooftop.
Ze zijn niet geweldig, maar ben er toch trots op. :-)






Alsof het nog niet genoeg was nodigt Meekrat me uit om de dag er na mee te gaan canyoningen. Yepper.

We ontmoeten anderhalf uur rijden buiten de stad Bob. Bob, een kerel van rond de dertig, licht kalend met baard, heeft lange tijd voor zijn beroep groepen rondgeleid in verschillende canyons. Vlak bij hem thuis loopt een rivier met een drie tal watervallen. Het stuk is unmarked, dus wij zullen mee van de eerste zijn die hier afdalen.

Heerlijk! Eens tukje ongerept regenwoud waar grote spinnen en gevaarlijke slangen de baas zijn mogen verkennen. Alsof ons moeder nog geen slapeloze nachten genoeg heeft.
De aussies kennen veel van de lokale fauna en flora. Dat stelt me gerust.
De slangen liggen meestal in de zon, zijn schuw, en gaan ons liever uit de weg dan confrontatie aan te gaan, weet bongarse. Moesten ze ons bijten, is een helikopter wel noodzakelijk.
Geen slangen gezien. Jammer.
Spinnen wel. Diegene hier in de reeks was iets kleiner dan een CD.







 
En morgen vertrek ik naar Roma, om van daar de carnarvon gorge te bezoeken. Heel moeilijk te bereiken, dus ik ben benieuwd. Tot binnen een paar dagen.

EDIT:
Bus gemist. KAK! Twee minuten te laat seg. In plaats van te vertrekken om 7u30 am zal het nu 4u30 pm worden.
Ach, dan kan ik wa uitslapen en mijn blog aanvullen. Terug naar de hostel dan maar.


EDIT BIS:

Ondertussen heb ik ontdekt dat er niet meer wordt gevlogen naar de Carnarvon gorge. Ik moet een 4x4 huren, dewelke pas binnen een week beschikbaar is en me meer dan 500 dollar gaat kosten. Al chance dat ik die bus heb gemist! Anders had ik der schoon gezeten in Roma. Ik heb dan maar mijn vlucht naar Alice springs geboekt om daar 5 dagen outback te doen. De 25e vertrek ik uit Brisbane, tot dan zal ik me nog moeten bezighouden. 



No worries, ik heb nu nog even tijd om de Botanical Gardens hier te bezien, want die ben ik voor één of andere reden nog steeds ni tegengekomen op mijn wandelingen door de stad. Ook kan ik al eens rustig bekijken wat ik allemaal naar huis ga sturen. Da autoke voor de kleine, een stukje cadeau voor die van ons, en nog wa dingen die ik waarschijnlijk niet meer nodig ga hebben. 
Kga blij zijn dak wa minder moet meesleuren. :-)


Ik was van plan om hier nen didgeridoo en nen boemerang of zo te kopen, maar die vinde gewoon allemaal in souvenirwinkels, en zijn nog mongool duur ook.


Ik passeer een souvenirwinkel en denk:"hier moet ik nu toch eens het fijne van weten." Ik stap binnen en loop lijnrecht op de uitbater af. "Hi, I really want to buy a didgeridoo, but I can only find them in souvenirshops like these. I can't help it that they just don't have a genuine feel to them." 
De uitbater antwoord dat zijn winkel anders is dan de anderen (hahahahahahahaha). Deze didgeridoo's zijn weldegelijk gemaakt door aboriginals, en uitgevreten door de termieten. Ik geloof dat allemaal wel, maar het feit dat er een tag aanhangt met "Aussie souvenirs" vind ik toch maar kakkig, handgeschilderd of niet. Ik wil er eentje waar een verhaal achter zit, zoals ik het opera gebouw heb mogen bezoeken buiten de lijntjes van toerisme.
Ik bedankt hem vriendelijk en verlaat zijn pand.


Kzal nog wa verder zoeken.

8 opmerkingen:

  1. woohoow een cadeautje! :-p Spijtig dat je de gorge niet kan bezoeken, ach ja, nog genoeg andere dingen te zien zeker... zie da ge uw vliegtuig naar alice springs nu ook niet mist he ;-) tot hoors, dikke kus

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ja man, boys and their toys!!!
    Mathis is in blijde verwachting. Hij vraagt trouwens al langer hoe meer naar jou. En hoe leg je aan een driejarige het uurverschil uit. Als ik vraag: 'waar is wouter' dan krijg ik steevast het antwoord dat je slaapt. Wie heeft hem dat in hemelsnaam zo uitgelegd ... opa???
    Tante Sofie zal jouw afwezigheid wel een beetje opvangen...Mathis mag al op logement. Waarvoor dank schoonzusje.
    Voor de rest alles ok hier en maak je maar niet druk om ons moeder, ik vang ze keer op keer wel op zè ....pffff...;-)
    Dikke kus, veel plezier en tot de volgende, your sweet sister

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Whaaa, die spin, gij zot!

    Verder wel superverhalen en heeele mooie foto's, proficiat! :-)

    x

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Thnx,

    en da was er maar eentje. Heb er nog al gezien. Ik vind da enorm zalige beesten, zolang ze maar ne meter afstand houden. Moest ik tegen zoiets inlopen zou ik ook gillen gelijk een klein meisje. :)

    Zus, kmis u en de kleine ook zenne. :) Morgen gaat den auto op post.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Gewoonlijk gaan ze op reis om dingen boven de grond te zien... Hoog in de lucht of in een riool,ik geloof dat ge de tijd van uw leven hebt he zoon!

    Als ge maar heelhuids thuiskomt.

    Dikke kus van ons.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. goe bezig Wopperke!
    ik zit steeds goed te lachen als ik uw verhalen lees, je bent een geboren schrijver/verteller :-)
    en uw foto's: nice!!!

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Alle kom Wouter, eerlijk, die foto's op die rooftops, das toch gewoon ne foto van u op ne andere foto geplakt? Da lijkt toch zo :)
    T amusement nog!

    BeantwoordenVerwijderen
  8. hehehe, jah das met het licht van de stad. Geeft vreemd effect. :)

    BeantwoordenVerwijderen