Michael, mijn 1m90, dunharige blond bruine Duitse room mate, die ik heb leren kennen in de backpackers te Sydney, deelde me zijn plannen mee om de Blue mountains te gaan bezoeken met zijn witte Ford falcon forté. Dat treft!
Ik stel, qua ruil voor om de dertiger bij te springen in de benzine als ik naast hem mee mag tuten naar dit populaire natuurpark. Dat mag ik. Ik had ook niet anders verwacht, want zijn houding is van dag 1 al zachtaardig, kwetsbaar en vriendelijk. Een gouden persoon, en altruïst in hart en nieren zo blijkt later.
We rollen twee dagen erna, met minimum 10 liter per 100 kilometer, de stad uit om het eerste nationale park te bezoeken op mijn lijstje.
Na een twee tal uur aan de verkeerde kant van de weg te rijden arriveren we in Katoomba. Een heuvelachtig dorpje met brede straten, die op en neer krullen in cadans met de glooiing van het landschap. Het beeld heeft iets Amerikaans met een toets Groot Brittannië erin verweven.
We zetten ieders onze eigen tent op en maken ons klaar voor de attractie die moeder natuur speciaal voor ons heeft opgetrokken.
Mijn witte sokken, komen keurig tot boven mijn enkels en lopen naadloos over op mijn melkflessen van stekkebenen. De lichtbruin lederen sandalen geven een mooi contrast en versterken mijn natuurlijke zool. Een luchtige short met onmisbare buideltas zorgen ervoor dat alles binnen handbereik is, én veilig voor vingervlugge pickpockets. De polo met korte mouwen en zweetvijvers, de (nogal grote) neus overgoten met zonnecrème, kodak op de pens, en het petje op de licht kalende kruin.
Toerist genoeg voor u?
Michael en ik komen na een 5 minuten durende wandeling aan bij de imposante rotswanden.
Ho-ly Shit!
Dit is nu eens een schoolvoorbeeld van “verbazingwekkend”, en dan doe ik het nog geen recht aan. De geur van eucalyptus, de Aussie zon op men huid, het rumoer van het regenwoud, en het beeld van de gigantische weelderig groene vallei wekt bij menig toerist, deze twee jongens incluis, kreten van ongeloof op. Dit had ik niet zien aankomen. De weg naar het natuurpark viel te vergelijken met een Ardeense route die zich rustig en monotoon, op een continu tempo voor ons uitrolde. Verandering in landschap was er niet echt, dus van die uitgestrekte vallei met dramatische lichtgeel, donkergrijs en donkerbruin kleurige rotswanden was geen sprake.
Op elke lookout heb ik continu de neiging om mijn arm uit te strekken, en met de toppen van duim en wijsvinger het plaatje, net als een doek over een TV, weg te halen. TV, I don’t even miss it anymore. Buiten Basta :-)
Hier dan wat foto’s. Het moeilijke aan het fotograferen van een plek zoals dit is dat je nooit kan hoe groot die plek wel is in één foto. Zelfs al mijn foto's samen komen nog niet in de geburen.
Wacht is… zijt is stil.
Ja ik hoor iets. Ik hou geconcentreerd mijn oren open en vloek elk geluid, dat de stilte doorbreekt, weg. Jah daar is het weer! Het klinkt… het klinkt… zoet. Warm. Vertrouwd. Het klinkt familiair en vlot in de oren, bijna goddelijk. Aantwaarps!!!
En er zit zelfs iemand van Edegem tussen.
It really is a small world. Hanne, Wout, en Sabrina nodigden Michael en mezelf, net als hun Duitse buur, uit om hun mee te vervoegen aan de opklapbare tafel. Het klein stukje thuis dat ik hier tegenkwam voelde heerlijk aan. Mensen, merci voor de gastvrijheid en de wijn! Ik hoop dat de reis naar huis behouden was.







Ik lees hier "blauw led-lichtje" en "buidelzakje"... Yessssss :-)
BeantwoordenVerwijderenZalige blogs om te lezen, ik ben superblij voor je dat het daar allemaal zo goed gaat! Geniet er van, ik lees met plezier en een lichte jaloezie je blogs vanuit het miezerige Gent!